De arrestatie

In de vrijdagnacht van 23 juni 1944 ging het allemaal vreselijk mis. Om omstreeks twaalf uur stond er een groep landwachters voor de deur van de familie Middendorp.

 

De Nederlandse landwacht was een paramilitaire hulpdienst van de bezetter, opgericht in november 1943. Deze organisatie – een parallelle politiedienst – was sterk gelieerd aan de NSB en richtte zich vooral op bewakingstaken, opsporen van zwarthandel, controleren van persoonsbewijzen en het opsporen en arresteren van onderduikers. Landwachters waren vaak maar deels geüniformeerd in NSB uniform en slecht bewapend, meestal met jachtgeweren. Vandaar de spottende bijnaam ‘Jan Hagel’. Maar in werkelijkheid viel er niet mee te spotten: Dit waren zeer gemotiveerde nazi’s, die de taal spraken en het land van binnenuit kenden; Levensgevaarlijke tegenstanders.

 

Martje Middendorp vertelde over de overval in haar artikel in het Nieuwsblad van het Noorden van 10 april 1990: ‘Mijn broer (die inmiddels weer thuis woonde) wilde nog vluchten, maar het hele huis was omsingeld. Alles werd doorzocht. Gelukkig vonden ze niet de illegale blaadjes die mijn vader rondbracht. Ze bleven de hele nacht tot 's morgens zes uur. Ik moest van de SD [1] het joodse meisje helpen aankleden en het haar uitkammen en vlechten. Ze mocht een speelpop meenemen. Toen ik het haar buiten ging kammen kreeg ik een tik met een geweer. Ze dachten dat ik probeerde te ontsnappen; ik zou het niet gedurfd hebben.... Om zes uur vertrokken ze met mijn vader, broer en Henny, het meisje. Ze gingen naar de tramhalte, naar Leeuwarden.’

 

Henny Waas woonde op het moment dat de overval plaatsvond al ruim een jaar bij de familie Middendorp in Donkerbroek, ze was toen bijna elf jaar oud. De ontreddering bij de achterblijvende beppe met haar kinderen Henny, Martje en de kleine Joukje in het huisje aan de Herenwal moet enorm zijn geweest, net als de angst bij pake, Lute en Henny Waas die naar de gevangenis in Leeuwarden werden afgevoerd.

 

Nader onderzoek

Ik had in het kader van deze speurtocht geluk met het ooggetuigenverslag opgetekend in 1990 van Martje, zij is er tenslotte zelf bewust bij geweest. Maar er bleven toch veel vragen over: Waarom vond de overval pas na een jaar plaats? Was er sprake van verraad? Waarom werd ook Lute meegenomen? En waarom werd pake wel vrijgelaten en Lute niet?

 

Via het boek ‘De zwarte wagon’ van Jasper Keizer werd me duidelijk dat de overval onder leiding van landwachtcommandant Hendrik Melker is uitgevoerd. Deze man staat op lijsten van veroordeelde oorlogsmisdadigers en zijn dossier ligt bij het Centraal Archief voor Bijzondere Rechtspraak (CABR) in Den Haag. Omdat de geboortedatum van Hendrik Melker meer dan 100 jaar geleden ligt - namelijk 25 april 1910 - en het daarmee aannemelijk is dat hij dood is, kreeg ik toestemming voor inzage. En inzage in het dossier was dan ook letterlijk: er mogen geen kopieën of foto’s gemaakt worden, het is alleen toegestaan om ter plaatse aan een speciale daarvoor gereserveerde tafel aantekeningen te maken.

 

Het bleek een fors dossier te zijn: één dossierdoos vol met stukken: documenten van tijdens de oorlog, proces-verbalen uit de periode 1945 – 1948 met verklaringen van Melker zelf, van slachtoffers en getuigen zoals mijn pake, maar ook een door hem geschreven pleitnota uit 1949 voor zijn hoger beroep. Het dossier was niet geordend en stukken zaten soms behoorlijk door elkaar en andere documenten zaten er in kopie meerdere malen in. Ook viel uit de paginanummering op te maken dat er soms delen van documenten ontbraken. Maar alles bij elkaar gaf het dossier wel een meer gedetailleerd beeld van de gebeurtenissen op 23 en 24 juni 1944.

 

[1] De SD-er waar Martje over spreekt betreft vermoedelijk een vergissing. In alle stukken die ik verder heb ingezien betrof het een groep Nederlandse landwachters en politieagenten onder leiding van Hendrik Melker. Mogelijk dat Martje de landwachter Melker in uniform voor SD man heeft aangezien.

 

Landwachters op de fiets (foto van 21 juni 1944, PK- c. Jole, collectie NIOD)