KZ Neuengamme

Op transport en aankomst

Van het transport van het Kamp Amersfoort naar Konzentrationslager (KZ) Neuengamme is een ooggetuigenverslag van Cor Bos beschikbaar [i]. Cor Bos was een politieagent en hij was samen met andere collega’s wegens sabotagedaden opgepakt. Via Amersfoort is hij naar Neuengamme afgevoerd in hetzelfde transport als Lute op 11 oktober 1944. Er is overigens geen enkele aanwijzing dat Lute en Cor Bos elkaar gekend hebben. Volgens het relaas van Cor Bos zijn de gevangenen per trein afgevoerd. Daarbij zijn diverse vluchtpogingen uit de trein geweest, althans er werd herhaaldelijk geschoten. De trein kwam als eerste in het plaatsje Rheine aan. Dit plaatsje was net gebombardeerd zodat het station nog in brand stond. De trein heeft daar een dag stilgestaan omdat vermoedelijk de rails kapot waren. De trein is toen naar Bentheim gereden. Daar mochten de gevangenen de trein uit om kleine meiraapjes te pakken als eten. Op 13 of 14 oktober 1944 kwam Lute aan in Neuengamme. De net aangekomen Nederlanders van dit transport kregen een kampnummer tussen de 56080 en 57520. Het nummer van Lute is onbekend [ii].

 

Het kamp was genoemd naar het dorpje Neuengamme, ongeveer 30 kilometer ten oosten van Hamburg. Het kamp stond onder regime van de SS, waarbij de gevangenen gebroken werden door onmenselijke leefomstandigheden zoals te weinig eten, geen rust, slechte hygiënische omstandigheden en willekeurige terreur gecombineerd met loodzware arbeid.

 

Volgens het relaas van Cor Bos werden de mannen van het transport in een kelder gedropt en moest men zich uitkleden. Vervolgens werd het hoofdhaar en alle andere lichaamsbeharing afgeschoren. Dat gebeurde weinig zachtzinnig met botte messen en scharen, zodat verwondingen ontstonden. Deze wonden moesten vervolgens met een bijtende stof worden ingesmeerd. Na het scheren kregen de mannen in een kledingmagazijn oude kleren uitgereikt: een jas, een broek en een hemd (geen onderbroek). Bij het uitdelen van de kleren moest men het geluk hebben of het een beetje paste en of het dik genoeg was om warm te blijven. Vervolgens werd iedereen naar de barak afgevoerd. In de barak stonden gamellen met “soep” klaar. “Soep” die bestond uit heet water met een enkele koolbladen. Cor Bos vertelt dat de net aangekomen gevangenen uit Amersfoort deze “soep” niet aten; tot die tijd had men in Amersfoort nog enigszins redelijk eten gehad. En dus stortten de Russische gevangenen die al langer in Neuengamme zaten zich erop. Overigens duurde het volgens Cor Bos niet lang totdat de Nederlandse gevangenen deze “soep” ‘net zo lekker’ vonden.

 

Organisatie van het KZ Neuengamme

Gevangenen werden ingedeeld en gemerkt met gekleurde driehoeken en sterren en tekens naar hun aard en achtergrond: Joden, homoseksuelen, politieke gevangenen, asocialen en ‘gewone’ criminelen. Gezien zijn vergrijp ‘Arbeidsverweigerung’ is Lute vermoedelijk een asociaal met een zwarte driehoek op. Maar het is ook mogelijk dat hij als politieke gevangene werd gezien met een rode driehoek. Overigens kregen veel concentratiekampgevangenen alleen een wit kruis op de rug van de jas geschilderd.

De SS-bewaking was getraind om deze ‘staatsvijanden’ volstrekt onmenselijk te behandelen, de gevangenen konden uit deze hoek geen enkel medeleven verwachten. Daarnaast werd er tussen de gevangenen ook een strikte hiërarchie opgelegd met zaalwachten, kamp- en blokoudsten en kapo’s. Deze kregen een zekere mate van verantwoordelijkheid over gevangenen in ruil voor privileges zoals meer eten, sigaretten etc. Hiermee werd binnen het concentratiekampsysteem een deel van de bewaking en het toezicht door de gevangenen zelf geregeld.

 

In het kamp Neuengamme met alle ‘buitenkampen’- een soort van dependances – zijn begin 1945 49.000 gevangenen geregistreerd, waarvan 12.000 in het hoofdkamp. Tot aan 1945 zijn ongeveer 100.000 mensen opgesloten geweest in Neuengamme inclusief de buitenkampen, waarvan er naar schatting de helft hun verblijf niet hebben overleefd. Binnen het kamp lagen verschillende fabrieken en werkplaatsen waar gevangenen te werk werden gesteld: een steenfabriek, een wapenfabriek van Walther, montage barakken van Messap en Jastram waar onder andere onderdelen voor onderzeeërs werden geproduceerd. De gevangenen werkten daar als toppunt van cynisme mee in de oorlogsinspanning van hun eigen vijand. Overigens werkten naast de kampgevangenen ook vele duizenden dwangarbeiders uit de arbeitseinzats in deze fabrieken en werkplaatsen.

Het werk bestond uit arbeid binnen het kamp, variërend van het vlechten van camouflagenetten tot het naar boven sleuren van loodzware lorries met klei in de steenfabriek. Ook werden sommige gevangenen in kamp Neuengamme onderworpen aan medische experimenten en bijvoorbeeld bewust besmet met tuberculose of kregen een injectie met fenol.

 

Er zijn zogenaamde buitenkommando’s, hier bestond het werk uit het opruimen en herstellen van bombardementsschade, werk aan wegen en spoor of bouwwerkzaamheden aan bijvoorbeeld een gigantische U-boot bunker. Aan het eind van de oorlog moesten veel gevangenen vanuit de buitenkampen Meppen, Hussen en Ladelund anti-tankgrachten graven voor bouwbedrijf Hochtief. Dit project in opdracht van de Reichsverdedigingscommissaris in Wehrkreis X heet de zogenaamde ‘Friesenwall’ en moest het hele Noord-Duitse kustgebied van Nederland tot aan de Deense grens beschermen tegen een geallieerde landing [iii]. Een vanuit militair oogpunt bezien volkomen onzinnig project, want de geallieerden kwamen vanuit het zuidwesten.

 

Lute in het KZ Neuengamme

Waar Lute in Neuengamme precies heeft gezeten is af te leiden uit beschikbare brieven van kampgenoten van na de oorlog. In de eerste twee maanden tot half december heeft hij in in het satelietkamp Versen bij Meppen gezeten, zo’n 26 kilometer ten oosten van Emmen, net over de grens met Nederland. Vermoedelijk heeft hij hier mee moeten werken aan de aanleg van de eerdergenoemde ‘Friesenwall’. Daarmee is hij 10 jaar na de verschijning van het boek van Langhoff ook een veensoldaat geworden. De omstandigheden bij het graven van de anti-tankgrachten waren onmenselijk, goed beschreven in het boek ‘De laatste getuige’ van Frank Krake waarin Wim Aloserij zijn verhaal doet over onder meer kamp Neuengamme. De zware graafarbeid in combinatie met de slechte kleding, de honger, de kou en regen en dan nog de sadistische SS-bewaking. Het was letterlijk een hel op aarde.

 

Op 15 december 1944 heeft Lute een Deen leren kennen doordat ze in dezelfde barak in het hoofdkamp Neuengamme (Block 18) lagen. Hij schreef na de oorlog dat Lute een maat in Versen had, een kleine jongeman met de vermoedelijke naam Maas. Volgens Olaf Krabbe waren Lute en Maas onafscheidelijk en deelden ze in het kamp Versen een brits. Ik vermoed dat dit Maas Bokhorst geboren 10 november 1924 uit Putten is geweest [iv]. Maas was op 14 oktober 1944 één van de 659 mannen en jongens die als wraakactie door de nazi’s is opgepakt voor een aanslag door het verzet. Lute en hij waren ongeveer even oud en ze zijn beide op 14 oktober 1944 vanuit Amersfoort in Neuengamme aangekomen. Maas is op 15 maart 1945 in Neuengamme overleden en gecremeerd.

 

Olaf schreef ook dat hij en Lute in de periode van half december tot half februari in het hoofdkamp Neuengamme niet hoefden te werken. Ze konden de hele dag op bed liggen en werden door de Duitsers redelijk behandeld. Olaf kreeg Rode Kruis pakketten en deelde deze met Lute en Maas. Vanaf ongeveer 15 februari 1945 werd Lute in een ander arbeidskommando ingedeeld en daarmee ook overgeplaatst naar een andere barak. Tot dat moment, bevestigde Olaf Krabbe, was Lute (naar omstandigheden) gezond en geestelijk weerbaar (‘ín high spirits’).

 

Van de Kerst 1944, een periode dat Lute in het hoofdkamp van Neuengamme zat, is de volgende anekdote van Jan van der Liet beschikbaar (Uit Nederlanders in Neuengamme, 2005): ‘Die vooravond van Kerstmis was het stil op de grote appelplaats van Neuengamme. Jonge en oude mannen, die tot op deze dag nog opgewassen geweest waren tegen dit onmenselijke bestaan, voelden hun gemoederen breken en zij weenden bij de boom des vredes. Op dit moment had hun angst hun ingevallen ogen verlaten en ze staarden roerloos in dit zachte licht. Het was alsof zij een zachte hand voelden die hen streelde, die hen voor een moment wegvoerde uit de hel der verschrikkingen naar hen die zij liefhadden. Een homogene gedachte heerste onder hen allen, de gedachte aan vrede op aarde, de gedachte om weer eens bemind te worden door een liefdevolle moeder of vrouw. Het was de enige rust die ik ooit in een concentratiekamp meemaakte en ook ik liet mij gaan; het deed mij onbeschrijfelijk goed mijzelf thuis te wanen. Ik zag mijn lieve moeder de kersttafel verzorgen en de kerstboom aansteken. De rustige beelden rondom de kribbe die ik als klein kind altijd bewonderd had, kwamen nu levensgroot voor mijn ogen en het was alsof mama mij opnam en ik haar liefkozende handen voelde, haar zachte stem hoorde zeggen: allen hebben voor je gebeden, gebeden voor je behouden terugkeer in ons midden. (…) Na de maaltijd werd rond de kribbe het aloude stille nacht heilige nacht en ik ontwaakte op de appelplaats waar men dit lied had aangeheven. Een Hongaarse jood, een musicus, speelde op onvergetelijke wijze de melodie op zijn viool en de duizenden mannen zongen. Oh kerstnacht schoner dan de dagen, zij vergaten allen hun leed en waanden zicht gelukkig. Dit geluk was maar van zeer korte duur, want na de eerste twee regels werden deze mannen opgeschrikt door pistoolschoten en gebrul van dozijnen bloedhonden die razend van de kennels kwamen aanstormen. De paniek laat zich dan ook met geen woorden weergeven: onder de woedende aanvallen van de honden en de honende lach van de SS trachtte eenieder zich een weg te vinden naar de barak waar hij thuishoorde. Ouderen stortten neer en werden doodgelopen door de duizenden voeten. De achtersten werden aangevallen door de honden die als razenden beten en de kleren van de lichamen scheurden. Ik landde wonder boven wonder ongedeerd in mijn barak en kroop direct in mijn bed.’

 

Het bleef lang onrustig. Toen na anderhalf uur de rust eindelijk was weergekeerd, hoorden de gevangenen het plotselinge bevel: ‘ausstreten, ausstreten’. De gevangenen moesten weer naar buiten en uren in de koude op appèl staan. In de chaos zijn veel gevangenen zoekgeraakt en het aantal bij het appèl klopte niet meer. Na anderhalf uur mocht men weer naar binnen, maar spoedig klonk weer het bevel: ‘ausstreten’. Het appèl begon weer opnieuw. Pas om vier uur ’s nachts kon iedereen weer terug naar bed.

‘Een diepe rust daalde neer over Neuengamme, en de Hongaar die het kerstlied zo mooi op zijn viool begeleid had, speelde nu het Capriccio van Fritz Kreisler. Iedereen lag te luisteren. Het was zo ontzettend mooi dat de Blockälteste en de Stubediensten hem lieten spelen. De Hongaar beheerste zijn instrument en met dit prachtige stuk van Kreisler herstelde hij weer een beetje de innerlijke rust van de gevangenen. De een na de ander kwam uit zijn bed en de Hongaar werd naar voren geleid waar hij verder mocht spelen. We zaten nu voor zover dat ging in lompen gehuld rond een paar dennentakjes die als kerstboom moesten fungeren. De Blockälteste liet alles toe en luisterde ook aandachtig naar zijn mooie spel. Toen de vingers van de musicus te koud werden om verder te spelen, werd er verder gezongen. Ieder zong in zijn eigen taal en ieder bad in zijn eigen taal om uitkomst en verlossing uit deze aardse hel.’

 

Vanaf 15 februari 1945 zat Lute in de Neuengamme dependance Dessauer-Ufer – ook wel Lagerhaus G - in de vrijhaven van Hamburg. Dit is door de heer J. Schaake medegevangene en arts bevestigd. Vermoedelijk moest Lute hier werken in de olie-industrie van Jung-Öl in Wilhelmsburg (Hamburger Mineralöl-Werke), maar het kan ook allerlei andere bouw- en herstelwerk geweest zijn. Hamburg werd immers zwaar gebombardeerd en lag vrijwel volledig in puin. Het moet hier zijn geweest dat Lute ernstig ziek is geworden, maar daar is verder geen informatie over beschikbaar.

 

Ontruiming van het KZ

Met het oprukken van de geallieerden sleepten de nazi’s hun gevangenen met zich mee binnen hun steeds kleiner wordend gebied. Deze massale verplaatsingen van vele honderdduizenden uitgeputte en zieke mensen had weer een nieuw hoofdstuk van menselijk leed tot gevolg. Wie niet meer mee kon en niet zelf van uitputting of ziekte overleed, werd aan de kant van de weg doodgeschoten en achtergelaten. Deze dodentransporten hebben in de laatste maanden van de oorlog ongeveer 250.000 dodelijke slachtoffers geëist [v].

 

Zoals zoveel van wat de nazi’s deden, hadden deze transporten een zekere rationele, technocratische achtergrond: In het begin van de terugtocht was het een behoud van arbeidskrachten. De gevangenen vormden in al hun armzaligheid een essentiële schakel in de oorlogsindustrie. In een later stadium van de terugtrekking was het verhullen van misdaden voor de geallieerden ook een reden.

 

Vermoedelijk was voor de ontruiming van Neuengamme een ander motief doorslaggevend: De nazi’s waren aan het eind van de oorlog doodsbang dat tijdens een bevrijding gevangenen zouden uitbreken en gaan plunderen en wraak nemen op de lokale bevolking. Het concentratiekamp Neuengamme lag immers in dicht bevolkt gebied vlakbij Hamburg. Daarom werden alle gevangenen van het kamp gedeporteerd. Alleen de Scandinavische gevangenen hadden “geluk”. Graaf Folke Bernadotte uit Zweden had voor 21.000 concentratiekampgevangenen een vrijlating geregeld. De rest van de gevangenen werd voor het merendeel naar gevangenisschepen in de bocht van Lübeck afgevoerd. Hier vond op 3 mei 1945 vervolgens het drama met de schepen de Thielbek en de Cap Arcona plaats, waarbij de geallieerden de schepen voor vijandelijk aanzagen en tot zinken brachten met 8.000 dode concentratiekampgevangenen tot gevolg [vi].

 

[i] Cor Bos Deel 3 Naar concentratiekamp Neuengamme Op transport en aankomst in het hoofdkamp - YouTube

 

[ii] Luite Middendorp | Digitaal Monument Neuengamme (vriendenkringneuengamme.nl)

 

[iii] Satellite camps (kz-gedenkstaette-neuengamme.de)

 

[iv] Maas Bokhorst | Digitaal Monument Neuengamme (vriendenkringneuengamme.nl)

 

[v] Dodenmars (Tweede Wereldoorlog) - Wikipedia

 

[vi] De ramp met de Cap Arcona - Andere Tijden

 

Scheren bij aankomst in Neuengamme uit interview met Cor Bos 7 januari 2018

Graven van een antitankgracht voor de Friesenwall (tekening Ingmar S.) (bron: website OM online)

Emslandlager IX Versen (Stolperstenen (stolperstenengroenlo.nl))

Appelplaats van Neuengamme uit interview met Cor Bos 7 januari 2018

Dessauer-Ufer, Lagerhaus G Hamburg-Veddel (bron: website NDR)